A
AOW-leeftijd
De leeftijd waarop je recht krijgt op AOW, het basispensioen van de overheid. In 2026 en 2027 is dit 67 jaar; vanaf 2028 stijgt dit naar 67 jaar en 3 maanden. Check je persoonlijke AOW-leeftijd op svb.nl. Bereken je pensioen →
B
Bufferdoel
Het bedrag dat je idealiter achter de hand houdt voor onvoorziene uitgaven, meestal drie maanden vaste plus variabele lasten. Een gezonde buffer voorkomt dat je bij een tegenvaller in de schulden komt. Bereken je buffer →
Box 3
De box in de Nederlandse inkomstenbelasting waarin je spaargeld en beleggingen worden belast (de vermogensrendementsheffing). Bereken je nettorendement →
F
FIRE (Financial Independence, Retire Early)
Een beweging gericht op het opbouwen van genoeg vermogen om vervroegd, geheel of gedeeltelijk, te kunnen stoppen met werken. Draait om een hoog spaarpercentage en slim beleggen. Bereken je runway →
Forfaitair rendement
Het vaste rendementspercentage dat de Belastingdienst gebruikt om je Box 3-vermogen te belasten, ongeacht wat je werkelijke rendement dat jaar was.
H
Heffingsvrij vermogen
Het deel van je vermogen in Box 3 waarover je geen belasting betaalt. Pas boven dit bedrag ga je vermogensrendementsheffing betalen. Bereken je nettorendement →
Hypotheek
Een lening met je woning als onderpand, waarmee je een huis koopt. De maximale hoogte hangt af van je inkomen en de actuele leennormen. Bereken je maximale hypotheek →
K
Kosten koper (k.k.)
De bijkomende kosten bij een woningaankoop, zoals overdrachtsbelasting en notariskosten. Bij een bestaande woning is dit doorgaans circa 4% van de koopsom. Bereken je hypotheek →
L
Lawine-methode
Een aflossingsstrategie waarbij je extra geld altijd naar de schuld met de hoogste rente stuurt, ongeacht het openstaande bedrag. Dit bespaart wiskundig gezien de meeste rente. Maak je aflossingsplan →
Leennormfactor
Het aantal keer je bruto jaarinkomen dat je maximaal mag lenen voor een hypotheek, doorgaans tussen de 4 en 4,5 keer. Bereken je maximale hypotheek →
O
Opnamepercentage (safe withdrawal rate)
Het percentage van je opgebouwde vermogen dat je jaarlijks kunt opnemen zonder dat het te snel opraakt. Vaak wordt hiervoor de "4%-regel" als vuistregel gebruikt. Bereken vanaf welke leeftijd jij kunt stoppen →
Overschot
Wat er van je inkomen overblijft nadat je vaste en variabele lasten zijn betaald: de basis voor sparen en beleggen. Bereken je overschot →
R
Rendement
De opbrengst van een investering, meestal uitgedrukt als percentage per jaar. Bereken je verwachte rendement →
Rente op rente (samengestelde groei)
Het effect waarbij je niet alleen rendement maakt over je oorspronkelijke inleg, maar ook over het rendement van eerdere jaren. Hierdoor kan je vermogen op de lange termijn exponentieel groeien. Reken zelf met rente op rente →
Runway
Hoe lang je huidige vermogen meegaat als je vandaag stopt met werken en er maandelijks van leeft. Veelgebruikt door zelfstandigen zonder werkgeverspensioen. Bereken je runway →
S
Spaardoel
Een concreet bedrag dat je opzij wilt zetten voor een specifiek doel, met een tijdspad om dat te bereiken op basis van je maandelijkse inleg of overschot.
V
Vaste lasten
Terugkerende, min of meer gelijkblijvende maandelijkse kosten zoals huur of hypotheek, verzekeringen en abonnementen. Breng je vaste lasten in kaart →
Variabele lasten
Kosten die van maand tot maand verschillen, zoals boodschappen, uitgaan en kleding. Breng je variabele lasten in kaart →
Vermogensrendementsheffing
De officiële naam voor de Box 3-belasting over spaargeld en beleggingen. Bereken je nettorendement →